Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

Kinderboekenreeks:   de Zonnekoning en Emma en Zwiep en ik               < Previous page       Next page >

Met het schrijven van deze kinderboekenreeks realiseert Niko een wens die al sinds vele jaren op zijn bucketlist stond. Al die jaren kon hij er de tijd niet voor vinden, omdat hij keihard werkt aan duurzame ontwikkeling. Maar in 2021 besloot hij om er gewoon tijd voor te maken.

De boeken zijn bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar, dus voor de bovenbouw van de basisschool.

De voornaamste hoofdpersoon is Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning van Frankrijk. Als gevolg van een computerstoring komt hij vanuit een honderden jaren oud verleden naar onze moderne tijd. In Nederland.

Andere hoofdpersonen zijn de kinderen Emma, ongeveer 11 jaar oud, en Zwiep. Van Zwiep is niet helemaal duidelijk of het een jongen of een meisje is. Zwiep in vermoedelijk 8 of 9 jaar oud.

De tekeningen en de voorkant die je hier ziet zijn nog maar voorlopig. Samen met een geweldige illustrator wordt gekeken of zij de echte tekeningen en de voorkant van het boek kan gaan maken.


Over de boeken

De reeks bestaat uit drie boeken. Boek 1: Lodewijk bij ons thuis. Met een bezoek aan het bad en aan een supermarkt.

Boek 2: Lodewijk in Amsterdam. Met onder meer een stormachtig bezoek aan Madame Tussaud, het wassenbeeldenmuseum.

En Boek 3: Lodewijk in Den Haag. Waarin in Madurodam een ingewikkelde puzzel wordt opgelost.

Boek 1 en Boek 2 zijn helemaal klaar. Boek 3 is ongeveer voor de helft klaar. Zodra alles helemaal af is, kun je dat op deze bladzijde lezen.

Op deze webpagina vind je:

        Voor kinderen:                              Het begin van het Eerste boek

        Voor volwassenen:                       De relatie met Duurzame Ontwikkeling (Niko's voornaamste werk)

        Voor leraren van Basisscholen:  Opdrachten in het kader van de herdenking van het Rampjaar, 1672 - 2022


Het begin van het Eerste Boek

Dit verhaal gaat over Koning Lodewijk, die per ongeluk bij ons komt door een foutje van mijn computer.
Lodewijk is een man van heel vroeger: van wel 320 jaar geleden. In zijn eigen tijd was hij de koning van Frankrijk: Lodewijk de Veertiende. Hij was de rijkste en machtigste man van de hele wereld. Ze noemden hem de ‘Zonnekoning’.

Het verhaal gaat ook over twee kinderen: Emma en Zwiep. Zij gaan samen met mij op reis in de computer. We gaan op zoek naar vroeger, waar we Lodewijk tegenkomen. Om te kunnen reizen zetten we grote helmen op onze hoofden. De helmen zijn draadloos met de computer verbonden. Er zitten brillen aan vast die onze ogen bedekken, zodat de echte wereld verdwijnt en we terechtkomen in een land dat de computer voor ons maakt.

In dat land hebben we allemaal een ander lichaam gekozen dan we in het echt hebben. En een andere naam. Zwiep heet in de computer ZwiebeDiebe en is een klein groen autootje. Hoe de anderen in de computer heten zie je straks.

En ik? Ik ben Niko. Ik ben een geleerde, een doctor die onderzoekt hoe je de wereld mooier kunt maken. Maar in dit boek even niet: nu onderzoek ik samen met Emma en Zwiep de wereld van vroeger, omdat Emma me dat gevraagd heeft. Ik ben getrouwd met Marjo, die niet meegaat in de computer maar thuisblijft om op ons passen.

Het is tijd om op reis te gaan, de computer staat klaar. We gaan Lodewijk zoeken. Ga je mee?

Hoofdstuk 1: Op reis met een touwladder

Er zitten vier mensen in een kamer. Twee grote en twee kleine. Drie van hen, één grote en twee kleine, gaan samen op reis.
De twee kleine mensen zijn Emma en Zwiep. Ik ben er nog niet achter gekomen of Zwiep nu een jongen of een meisje is. Emma is in elk geval een meisje, ik denk dat ze elf jaar is. En Zwiep, die een knuffelbeer in de armen klemt die Beer heet, is acht of negen, schat ik. Ze wonen in dezelfde straat als Marjo en ik, een paar huizen verderop.
We zijn klaar voor vertrek. Ook de computer waarmee we gaan reizen is gestart.
“Veel succes!” wenst Marjo ons.
Plechtig zetten Zwiep, Emma en ik onze helmen op. De computerbril bedekt mijn ogen, zodat ik niets meer zie van de kamer en de mensen. Meteen ben ik in een donkere grot vol met rotsen: de reis in de computer is begonnen.

In de verte klatert water. Vlakbij, midden in de grot, hangt een heel lang ding recht omlaag.
De kleinste van de drie bezoekers is ZwiebeDiebe, een Klein Groen Autootje. “Wat is dat voor iets?” vraagt ZwiebeDiebe.
“Dat is een soort van ladder! Hij lijkt wel van touw,” antwoordt EmmaLine zingend. Zij is een Elfje met Vleugeltjes van Zijde.
“Dat klopt, het is touw,” zegt Doctor Nicolaas. Hij is de grootste bezoeker. “Het is een touwladder. Wat moeten we daarmee?”
“Naar boven klimmen!” commandeert de Gids. Hij heet Morr’loran, en hij kent hier de weg.
“Waarom?” vraagt ZwiebeDiebe.
“Je wilt toch de geschiedenis in? De jaren van vroeger bekijken?” vraagt Gids Morr’loran, die in de grot op de drie bezoekers had staan wachten. “Nou, dat doe je met die ladder.”
“Ja maar hoe dan?” vraagt ZwiebeDiebe.
“Elke stap omhoog is een jaar naar het verleden,” legt de Gids uit. Hij is een ridder in een rood harnas. “Wil je honderd jaar terug in de tijd, naar de jaren waarin je opa nog niet eens was geboren, dan moet je honderd treden omhoogklimmen.”
“Oei! Zo hoog stijgen! Dat wordt heel zwaar,” zucht
Doctor Nicolaas, die een lange witte baard heeft. Hij kijkt recht naar boven. De grot is duizelingwekkend hoog. Heeft de touwladder aan de bovenkant wel een einde?
“Nee, het wordt niet zwaar,” antwoordt Gids Morr’loran. “Want in deze wereld wordt niemand moe. Moe bestaat hier niet.”

Wat zou Marjo op dit moment doen? Heel even zet ik mijn computerbril af, zodat ik de kamer weer kan zien.
Marjo zit lekker met een kopje koffie in een luie stoel: zolang alles goed gaat hoeft ze helemaal niets te doen. Ze leest een boek en eet een koekje.
Ik zie dat Emma (die in de computer EmmaLine heet) bewegingloos aan de eettafel zit, met haar helm en computerbril op. Ze steunt met haar ellebogen op het tafelblad terwijl ze iets zegt. Zwiep, die nooit lang kan stilzitten, loopt met de helm en de bril op langzaam een rondje om de tafel en schopt per ongeluk zo nu en dan ergens tegenaan. Beer zit stilletjes op de tafel. Zwiep vraagt iets. Gauw zet ik mijn bril weer op en zie:

Het Kleine Groene Autootje ZwiebeDiebe vraagt: “Maar ik kan die touwladder toch helemaal niet vasthouden? Ik heb geen handjes maar bandjes.”
“Dat kan wel, hoor,” verzekert Gids Morr’loran. “In dit computerspel kan je veel meer dan in de saaie gewone wereld. Je rijdt gewoon naar boven. Probeer maar.”
“Hihi, ik hoef de ladder niet eens vast te houden!” zingt EmmaLine giechelend. “Want ik heb vleugeltjes.”
Maar Doctor Nicolaas moppert: “Oh, maar mijn oude knieën kunnen dat helemaal niet. Hoe moet dat nu? Als ik toch eens wat jonger was…”
Gids Morr’loran spreekt een paar bezwerende woorden uit en kijk: de knieën van de Doctor zijn opeens een heel stuk rechter. Wat een handig computerspel is dit!

“Kom maar mee!” zegt de Gids. Als eerste begint hij de ladder te beklimmen. EmmaLine fladdert vrolijk met hem mee. En kijk: daar rijdt ZwiebeDiebe de touwladder op, recht omhoog! De Doctor wil niet achterblijven, dus hij pakt de ladder vast en klimt naar boven. Gids Morr’loran heeft gelijk: het kost hem geen enkele moeite.

Hoever willen de reizigers gaan? Misschien zo’n driehonderd jaar? Vierhonderd? Zoiets. Doctor Nicolaas telt terwijl hij klimt. Maar zo nu en dan vergeet hij even te tellen, dus hij weet niet precies hoever hij is. Het Groene Autootje telt ook, maar misschien niet altijd even goed, want ZwiebeDiebe kan prima tellen maar is dol op grapjes.

    “Twee…”    
                                             “Twee…”
    “Vier…”    
                                            “Vier…”
    “Acht…”    
                                             “Vijf…”
    “Twaalf…”    
                                             “Dertien…”
    “Twintig…”    
                                             “Achttien…”
    “Veertig…”    
                                            “Zeventig…”
    “Eh… Honderd…”    
                                             “Zestig…”
    “Tweehonderd…”    
                                             “Tientig…”
    “Tweehonderdvijftig…”    
                                             “Twaalftig…”
    “Tweehonderdnegentig…”

“Driehonderd. Zullen we eens stoppen?” stelt Doctor Nicolaas voor.
“Ik denk dat we al iets verder zijn dan driehonderd,” antwoordt Gids Morr’loran. “Maar dat geeft niet, je kunt hier prima van de ladder afstappen.”
“Jaah!” roept het Kleine Groene Autootje.
Dus Doctor Nicolaas stapt op een rotsblok, gevolgd door de anderen. Ze gaan door een lange, donkere gang. In de verte schijnt zonlicht, dat dichterbij komt terwijl ze lopen – nou ja, of rijden of fladderen – tot ze uitkomen in een prachtige groene tuin. Het is heerlijk weer, de zon schijnt volop.
De tuin lijkt wel eindeloos groot. Er zijn vijvers en grasvelden, bomen en heggen, prachtige stenen beelden, bloemperken in duizend kleuren, vlinders, vogels…

In de tuin, onder een boom, staat een mevrouw. Met zwarte haren die zo lang zijn dat ze tot op haar billen hangen. Ze draagt een soort blauwe mantel met daaronder kleren in felle kleuren. Doctor Nicolaas weet niet zeker of hij ze mooi vindt.
De mevrouw ontdekt de reizigers en loopt op hen af. Oh maar wacht, het is helemaal geen mevrouw: het is een meneer, ja toch? Dat zien ze aan de manier van lopen. En aan zijn gezicht: echt een man, zeker weten. Maar die haren dan? Die zien er opeens helemaal niet echt uit: het is vast een pruik. De man kijkt boos en roept met een zware stem:
“Zeg, hela! Wat doen jullie hier in mijn tuin?”
Gids Morr’loran fluistert:
“Ah, kijk. Daar heb je de Zonnekoning. Lodewijk de Veertiende van Frankrijk. Dat is een heel machtige man. Buigen, mensen! Dat vindt hij fijn.”
En dus maken de bezoekers een diepe buiging voor de Franse koning. Zelfs het Kleine Groene Autootje lukt het om een beetje te buigen.
Gelukkig heeft de Gids ervaring met dit soort situaties. Hij zegt plechtig:
“Dag Majesteit! Wij zijn bezoekers uit een ver land. Wij hebben vele lange jaren gereisd om u een bezoek te brengen.”
“O. Zien jullie er daarom zo gek uit? Een mal groen ding op wieltjes, een zotte rode kerel van ijzer en een vent in rare kleren. Alleen dat elfje, dat vind ik wel lief.”

Handig: ook al is de koning een Fransman, hij spreekt gewoon Nederlands. Dit is echt een gaaf computerspel!

De koning veegt met een wilde handbeweging de lange haren uit zijn gezicht Hij kijkt boos. Hij mag wel oppassen: hij zou per ongeluk zomaar de pruik van zijn hoofd kunnen trekken. Hij vraagt:
“Wat komen jullie doen, waarom zijn jullie hier?”

Tja, waarom? Omdat een meisje met de naam Emma, dat in een wereld buiten de computer woont, een werkstuk over ‘vroeger’ wilde maken voor school. Waarna we besloten om ‘vroeger’ dan maar eens te gaan bekijken in een computerspel. Maar ja, dat kan je allemaal niet uitleggen aan een koning van de oude tijd.

“Omdat u zo beroemd bent, koning!” antwoordt EmmaLine met haar hoge zingende elfjesstem. “We hebben op school over u gehoord.”
“Natuurlijk ben ik beroemd!” zegt de Fransman trots. “Dat weet iedereen. Jullie hebben zeker wel cadeaus voor me meegenomen?”
Oei, dat hebben de reizigers niet. Maar Gids Morr’loran maakt een kleine beweging met zijn hand, mompelt een geheim woord, en opeens heeft EmmaLine een roze bloem in haar elfenhandjes en Doctor Nicolaas een gouden ring in een mooi papiertje, terwijl er op het dak van het Autootje een lekkere koek ligt. EmmaLine steekt haar hand uit om de bloem aan de koning te geven, als…

Het zonlicht wordt opeens knalpaars. Er klinkt een knetterend geluid, gevolgd door een harde donderslag. De grond trilt, de bomen schudden. Het licht gaat uit en weer aan en opnieuw uit en aan. De planten en de bomen worden doorzichtig als glas, terwijl het gras verandert in sneeuw. Een harde windvlaag stormt door de tuin en veegt losse blaadjes voor zich uit.

Dan wordt het stikdonker. Het is doodstil. Vijf tellen lang zien en horen de reizigers niets.

 

 

Mijn computerbril wordt doorzichtig, ik zie de kamer waaruit we zijn vertrokken. Marjo is opgesprongen en loopt haastig naar de computer, waar iets niet in orde is. Wat is er gebeurd?
Ik ruk de bril en de helm van mijn hoofd, ik knipper met mijn ogen. Er komt een rookpluimpje uit de computer. Marjo trekt de helm van het hoofd van Zwiep, ik doe hetzelfde bij Emma.
Ik kijk om me heen. Is iedereen veilig? Emma, Zwiep: allebei in orde, zo te zien. Marjo? Ook. Ikzelf? Ja hoor, gaat wel. En Lodewijk?
Lodewijk? Wat doet die hier?

Dit is de vreemdste computerstoring die ik ooit heb meegemaakt. Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning van Frankrijk, is vanuit zijn eigen tijd met ons meegekomen naar nu. De computer is kapot, ik heb geen idee hoe hij weer terug kan.

Voor volwassenen:

De relatie met Duurzame Ontwikkeling (Niko's voornaamste werk)

Tja, wat denk je? Het schrijven van deze boeken is voor mij een stukje ontspanning. Geen werk. Of je er dus Duurzame Ontwikkeling in kunt vinden? Nee, dus. Nou ja, eigenlijk toch wel - moet ik bekennen.

De boeken zijn beslist geen lesmateriaal. Het zijn gewoon leuke, spannende avonturen. Volgens mij. En volgens alle kinderen die ik het boek mocht voorlezen of die het zelf lazen: zij moesten er erg om lachen en praatten er dagen later nog steeds over.

Maar ja, de auteur vertelt natuurlijk wel vanuit een bepaalde levenshouding. En aangezien die auteur, ik dus, al meer dan dertig jaar opstaat en gaat slapen met Duurzame Ontwikkeling, is daarvan natuurlijk toch best een hoop tot in het boek doorgedrongen. Nooit expliciet: ik zeg toch, het is geen leerboek.

Maar de thema's en verhalen lenen zich uitstekend voor het bedenken van mooie opdrachten, die uitgevoerd kunnen worden door de kinderen van de doelgroep (8 tot 12 jaar): afzonderlijk, in groepjes, of met een hele klas of school. En dus ben ik aan de slag gegaan - mijn onderwijsziel kon het niet laten - om een flinke verzameling opdrachten te maken. Veel van die opdrachten hebben duidelijke links met duurzaamheid: met name sociale duurzaamheid, beter bekend als: People.

Daarom is de volgende sectie van deze pagina: voor leraren van Basisscholen.

Voor leraren van Basisscholen:

Opdrachten in het kader van de herdenking van het Rampjaar, 1672 - 2022

Welke Basisschoolleraar kent niet het Rampjaar, 1672? Toen de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden van vier kanten tegelijk werd aangevallen, onder leiding van Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning van Frankrijk en de hoofdpersoon van mijn kinderboeken.

In 2022 is dat precies 350 jaar geleden. Reden voor een herdenking, dachten vele Gemeenten, Musea en Culturele Instellingen. En zo worden op tal van plaatsen bijzondere projecten voorbereid. Misschien wel extra bijzonder, als we in 2022, na de Covid-19-pandemie, eindelijk weer volop samen activiteiten mogen uitvoeren - hoop ik (en wie weet al veel eerder).

Om alle activiteiten en voorbereidingen op elkaar af te stemmen, is een Platform opgericht. Je kunt er op https://rampjaarherdenking.nl alles over vinden. 

Het Platform heeft een Comité van Aanbeveling. Toen de voorzitter van het Platform mij verzocht om daarvan deel uit te maken, heb ik geen moment geaarzeld.

Opdrachten voor Basisscholen

Dat was niet het enige wat de voorzitter mij vroeg. Hij had ook belangstelling voor mijn kinderboekenreeks waarin Lodewijk XIV de hoofdpersoon is. De gedachte om daarbij opdrachten te maken vonden we beiden heel interessant. En dus ben ik aan het werk gegaan.

Het is allemaal nog lang niet klaar, op het moemtn dat ik deze tekst intyp (in april 2021). Maar dat hoeft ook nog niet: 2022 is nog ver weg. Op dit moment kun je een aantal voorlopige resultaten downloaden en bekijken:

        - Vier compleet uitgewerkte voorbeeldopdrachten

        - Een selectie van hoofdstukken, toegepast bij de voorbeeldopdrachten

        - Opdrachtenlijst (nog in ontwikkeling)

        - Rekenhulpmiddel van guldens naar euro's, 1450 - 2020 (zie onder!)

Als je meer wilt weten over de opdrachten; of als je zelf ook mooie opdrachten bij mijn boeken wilt ontwikkelen: ik nodig je uit om contact op te nemen. Mijn gegevens vind je op de Contactpagina.

Het rekenhulpmiddel. Dat wil zeggen, een plaatje ervan.

                               < Previous page       Back to Top       Next page >