Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

De Zeven Competenties van de Duurzame Professional

Dutch, 2015 

Garant Uitgeverij, Antwerpen

ISBN: 9789044133028

  
This book is applied as a TGO tool for training and course purposes.

  


This page refers to the Dutch edition of the book. For the USA edition, please go to the page of 'The Seven Competences of the Sustainable Professional'.


Professionals aan het woord

RESFIA+D

Duurzame professionals

Amerikaanse editie

Voorproefje: het eerste gedeelte van Hoofdstuk 6


Professionals aan het woord
In 'De Zeven Competenties' vertellen bijna dertig professionals hun verhaal.

Sommigen van hen, zoals Alexander Rinnooij Kan, Jan Douwe Kroeske en Jan Gruiters, zijn beroemd in Nederland.

U kent wellicht ook 'Mr. Verkeer', Koos Spee.

Misschien herkent u de naam Yoeke Nagel niet direct. Maar haar geesteskind Loesje kent u beslist. Yoeke vertelt in het boek hoe Loesje geboren werd.

De meeste mensen die in het boek aan het woord komen zijn niet beroemd: het zijn 'gewone Nederlanders' (en Belgen). Samen laten ze zien dat iedere professional, beroemd of niet, in wat voor organisatie of op wat voor niveau ook, kan bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

De verhalen van professionals, die tot stand kwamen via interviews of door teksten die de vertellers aan de auteur stuurden ten behoeve van het boek, worden afgewisseld met korte stukjes vlot leesbare theorie.


RESFIA+D
De verhalen zijn gestructureerd volgens RESFIA+D, het door Roorda ontwikkelde model voor duurzaamheidscompetenties waarover u elders op dze website leest.


Duurzame professionals
Het boek vult een gat. Aan de ene kant zijn er tal van boeken die beschrijven hoe ondernemingen kunnen opereren op basis van duurzame ontwikkeling, MVO of corporate government.

Aan de andere kant zijn er heel wat teksten geschreven waarin verteld wordt hoe gewone mensen, in hun rol als burger of consument, duurzaam kunnen leven.

Daar tussenin staan de individuele mensen in hun professionele rol. Over hen is nog weinig geschreven, wat vreemd is, want uiteindelijk zijn het altijd mensen die de koers bepalen van bedrijven, overheden, non-profitorganisaties. En het zijn mensen die het uitgezette beleid uitvoeren.

Voor hen is dit boek geschreven. En tevens voor (personeels)managers als HRM-instrument, en voor opleidingen in het hoger onderwijs.


Amerikaanse editie - en meer
De Amerikaanse editie, The Seven Competences of the Sustainable Professional, is voltooid met hulp van een Amerikaanse hoogleraar als co-auteur, en gaat in het voorjaar van 2017 verschijnen bij Greenleaf Publishing.

Een Spaanstalige versie, met name gericht op Latijns-Amerika, is in voorbereiding.


Een voorproefje: het eerste gedeelte van...

Hoofdstuk 6. Systeemgerichtheid
De Competentie:
Een duurzaam competente professional denkt en werkt vanuit een systeemvisie.

Volgens Brundtland gaat duurzaamheid over twee dingen, zo vertelde ik u. Over de behoeften van de mensen nu, dus over de verspreiding van welvaart over de gehele planeet, en over die van de mensen later. Die twee kanten van duurzaamheid worden wel aangeduid als twee dimensies: ‘plaats’ en ‘tijd’. In hoofdstuk 2 kwam u die ook al tegen, toen het in het kader van verantwoordelijkheid ging over het consequentiebereik (= plaats) en de consequentieperiode (= tijd).
Competentie S, systeemgerichtheid, gaat over een van die dimensies: plaats. Dat is het onderwerp van dit hoofdstuk. De volgende competentie, die in hoofdstuk 8 aan de beurt komt, is T, toekomstgerichtheid. Dat woord laat al zien dat het de tegenhanger is van competentie S, want hij gaat over de andere dimensie: tijd.

De systemen die wij als mensen in de loop van duizenden jaren hebben opgebouwd zijn niet van tevoren gepland of ontworpen. Ze zijn min of meer toevallig gegroeid, als een soort evolutieproces. Het is dan ook niet verbazend dat er in de loop van de tijd nogal wat fouten in die systemen zijn geslopen. Niet alleen kleine, onbe-langrijke foutjes, maar ook fundamentele weeffouten, die diep in de systemen zijn ingebakken. Het zijn de grote oorzaken van de onduurzaamheid in onze wereld.
De extreem ongelijke verdeling van welvaart is zo’n weeffout. De instabiliteit van het wereldwijde beurssysteem is er ook een, die ertoe leidt dat de effectenhandel eens in de zoveel jaar in elkaar stort en een diepe economische crisis veroorzaakt. De bankencrisis is daar helaas een recent voorbeeld van. Een derde voorbeeld van een weeffout is het feit dat kringlopen van onze consumentengoederen veelal niet gesloten zijn, waardoor enerzijds tekorten aan grondstoffen ontstaan en anderzijds bergen van afval en wolken van broeikasgas.

Niet iedere professional hoeft zich bezig te houden met de grote, wereldwijde systeemfouten. Want weeffouten zijn er op elke schaal, en in tal van systemen en systeempjes: in en rond bedrijven en bedrijfstakken, woon-gemeenschappen en steden, gezinnen en families.

Tegenover deze weeffouten beschikken we gelukkig ook over een breed scala aan krachtbronnen, waarmee we de weeffouten kunnen aanpakken. Krachtbronnen voor duurzaamheid zijn bijvoorbeeld de duizenden lokale, nationale of internationale organisaties, tot en met de Europese Unie en de Verenigde Naties. De natuur is een krachtbron. Denkbeelden, teksten en boeken kunnen krachtbronnen zijn: bronnen die mensen inspireren tot grootse prestaties. Wetenschap en techniek bieden geweldige krachtbronnen, evenals nogal wat bedrijven. En mensen natuurlijk, individuele mensen, en niet alleen in de vorm van verantwoordelijke en vooroplopende burgers. Iedere duurzaam competente professional is een krachtbron voor duurzame ontwikkeling. Elk van de helden in dit boekje is er één. U bent er ook één.

De drie concrete prestaties van dit hoofdstuk zijn:
-    Denken in systemen, en daarbij in- en uitzoomen, d.w.z. analytisch en holistisch denken;
-    Weeffouten en krachtbronnen in systemen herkennen, krachtbronnen benutten;
-    Integraal, ketengericht en circulair denken.

6.1.    Delen en gehelen

“Laat honderd bloemen bloeien,
Laat honderd denkwijzen wedijveren.”

Er zijn van die ideeën, actiegroepen, stromingen of bewegingen waarvan je niet zeker weet wat de betekenis ervan is. Hebben ze het ei van Columbus in handen? Hebben ze een intelligent plan en daarmee de hoop voor een duurzame toekomst? Of een aardig, romantisch maar naïef ideaal dat nooit van grote betekenis zal worden? Niet iedereen denkt daar gelijk over, maar voor mij is permacultuur zo’n twijfelgeval: ik ben er gewoon nog niet uit, de tijd zal het me wel leren.
Juist vanwege die twijfel vind ik het geweldig dat permacultuur bestaat. Want duurzame ontwikkeling is niet alleen een kwestie van keurige, vooraf wetenschappelijk verantwoorde programma’s uitvoeren. Dat ook, na-tuurlijk. Maar daarnaast, en vooral! is duurzame ontwikkeling een avontuur, een ontdekkingsreis, waarbij allerlei spannende nieuwe mogelijkheden verkend worden. Misschien dat vele daarvan tot weinig of niets zullen leiden, maar enkele zullen uitgroeien en de wereld veroveren. Dat is de gedachte achter het prachtige oud-Chinese gedicht over de honderd bloemen waarmee dit stukje begint, en het feit dat dat gedicht door de Chinese partijeider Mao tse Toeng is ge- of misbruikt doet daar niets aan af. We leven in een prachtig en spannend verhaal!
Het Chinese citaat is in dubbele zin van toepassing op permacultuur, want dat gaat over bloemen. En over nog veel meer. Dat is het standpunt van Fransjan de Waard, en hij verkondigt dat al jaren, en met veel succes, in Nederland. Zoals ik zei: hoe intelligent permacultuur is weet ik nog niet, maar Fransjan is zeker intelligent: hij studeerde tropische bosbouw en plattelandsontwikkeling, en reisde daarna, toen hij nog Fransje heette en een vrouw was, naar Australië om daar de nog jonge principes van de permacultuur te ontdekken. In de jaren daar-na verspreidde De Waard samen met enkele anderen de principes in Nederland, en met groot gevolg: als je nu googelt op ‘permacultuur’ en ‘Nederland’, kom je op zijn minst tientallen plekken in Nederland tegen waar het wordt toegepast, en zelfs duizenden als je ‘Nederland’ weglaat. (Ben ik misschien te voorzichtig met mijn te-rughoudende verwachting? “Ja!!” zullen de ‘permanauten’ mij ongetwijfeld om de oren roepen.)

“Tijdens mijn studie tropische bosbouw stond uiteraard het archetype van de diverse, complexe ‘wildernis’ centraal. Toen ik kort daarna op de permacultuur stuitte, was dat zacht gezegd buitengewoon fantastisch, want daarin klopten de dingen weer gewoon, waren samenhang, successie en diversiteit weer het uitgangspunt. In de natuurlijke ordening bestaan onderdelen nimmer op zichzelf, zij zijn altijd genesteld in een groter geheel – dat zelf ook weer onderdeel van een weer groter geheel vormt, enzovoort. Delen zijn gehelen, en gehelen zijn delen. Zo moeilijk is dat nu ook weer niet. Het vormt de grondslag van de permacultuur, waarin we natuurlijke ecosystemen hanteren als model voor het ontwerpen en ontwikkelen van alle mogelijke systemen: fysieke systemen – zoals voor de productie van voedsel, de zuivering van afvalwater, de opwekking van energie, de bouw van woningen – maar ook sociale en economische systemen. Die uiteraard ook weer innig met elkaar verbonden zijn. En de grootste schoonheid zit hem er misschien wel in, dat de permacultuur zichtbaar maakt dat de natuurlijke werkelijkheid een holografisch geheel vormt, waarin processen en relaties op het kleinste niveau worden weerspiegeld op het grootste niveau, en andersom.”

Dat ‘holografisch’, dat slaat natuurlijk op het feit dat wanneer je een stukje van de werkelijkheid vastlegt in een hologram, die werkelijkheid volledig is opgeslagen in ieder gedeelte van dat hologram.
Permacultuur is een tegenhanger van monocultuur. Er wordt gestreefd naar “diversiteit door keuze van soorten die elkaar niet in de weg zitten”, legt Fransjan uit, “boven noch onder de grond, omdat ze verschillende groottes en vormen hebben. En verschillende groeitijden: bijvoorbeeld broccoli op zestig centimeter onderling, met daartussen radijsjes, die alweer klaar zijn voordat de ruimte door broccoli wordt ingenomen.”
“Bij het ontwerpen van duurzame, maximaal zelforganiserende systemen gaat het om het creëren van micro-klimaten, die de groei en bloei van een diversiteit aan planten (en dus ook insecten enzovoorts) faciliteren. En om het slim gebruiken van de gegeven ruimte met al zijn kwaliteiten. Daarvoor is observatie een enorm belang-rijk onderdeel, dat we veel te snel overslaan. We denken al gauw te weten hoe het zit, zonder echt te kijken en te onderzoeken, en lopen daarvoor letterlijk ongekend potentieel mis. Potentieel zoals zon, wind, neerslag, verticale ruimten (denk in de stad bijvoorbeeld aan de warmte van muren), multifunctionele elementen, meer-jarige groenten, fruit en kruiden, hernieuwbare hulpbronnen. Daarmee kunnen we korte kringlopen maken.”
Als u dit en andere principes van permacultuur, bijvoorbeeld ‘mulchen’, nader wilt bekijken, dan verwijs ik u graag naar het internet, waar heel veel informatie te vinden is, of naar De Waards boek Tuinen van overvloed.