Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

Ons huis, Planeet Aarde

Dutch, 2008

Uitgeverij Tirion, Baarn

ISBN: 9789052107424

Citaat uit hoofdstuk 1

Citaat uit hoofdstuk 3

Citaat uit hoofdstuk 5

Citaat uit hoofdstuk 6

Het einde van het laatste hoofdstuk

Recensies


"Zinderend heet was het, zelfs in Nederland. Het was nog maar voorjaar! Het voorjaar van 2007. Weken lang viel er geen regen, de zon brandde en de temperatuur liep op tot boven de dertig graden. Zo’n warme april- en meimaand als in dat jaar kon niemand zich herinneren. Het kwam door het broeikaseffect, schreven de kranten. De deskundigen bevestigden het in het journaal. We zijn wereldwijd het klimaat aan het veranderen, zodat het steeds warmer wordt.
Een paar maanden later was het zomer. En opeens was het helemaal niet zo warm. Het regende, aan één stuk door. In Engeland traden de rivieren buiten hun oevers. Dorpen en steden overstroomden, tienduizenden mensen moesten hun huizen verlaten omdat het water in de woonkamer tegen de muren klotste. Ook nu schreven de kranten dat de klimaat-verandering de oorzaak was, en ook nu waren de deskundigen het ermee eens. Maar hoe kan dat nu: als het klimaat warmer en zonniger wordt, waarom heeft dat dan tot gevolg dat het juist kouder wordt, nota bene midden in de zomer, en dat de regen de mensen uit hun huizen spoelt?"


Dit zijn de eerste zinnen van 'Ons Huis, Planeet Aarde', dat in 2008 verscheen. Het boek was anders dan Roorda's eerdere: deze keer geen studieboek maar een uitgave voor het grote publiek. Vlot geschreven en dus gemakkelijk leesbaar; maar zonder de grote problemen en dilemma's te omzeilen.

Het mooie is: in zo'n boek kan een auteur wat meer zijn eigen opvattingen naar voren brengen. Filosofische gedachten. Emoties. In een studieboek mag zoiets vanzelfsprekend niet: dat moet objectief blijven, voor zover mogelijk. Waar ethische dilemma's in het spel zijn, maakt de studieboekenauteur zelf geen keuze, maar legt zo'n keuze voor aan de student.

'Ons huis, Planeet Aarde' geeft dus wat meer de persoonlijke opvattingen weer van Niko Roorda. Niet te sterk; de lezer moet in de eerste plaats geïnformeerd worden, niet gestuurd. Oordeelt u zelf: er volgen nu enkele passages uit het boek.


Een citaat uit hoofdstuk 1:

Angst, machteloosheid, schuld, passie

In de kranten en op tv ziet u regelmatig berichten over de klimaatverandering. En over andere onprettige onderwerpen: fijn stof in de lucht van Nederland, milieurampen in verre landen of grote groepen vluchtelingen die dreigen om te komen door honger of ziekte. Alsof dat nog niet genoeg is, hoort u ook zo nu en dan nog over de angst dat ziekten zoals de vogelgriep op de mens zouden kunnen overstappen en als een verwoestende epidemie door de wereld trekken.

Alles bij elkaar is het genoeg om somber van te worden, en dat doen veel mensen dan ook. Zo ontving ik een tijd geleden een brief van een oudere heer, die schreef:

“Langzamerhand bekruipt mij soms de vrees dat het niet meer goed komt met ons milieu. De klimaatverandering is blijkbaar aan onszelf te wijten. Automobilisten willen alles behalve hun wagen aan de kant zetten. Maatregelen gaan met het tempo en het gebrek aan geweten van het merendeel van de politici. De vervuiling zal te langzaam worden teruggedrongen, in feite zal hoogstens de achteruitgang wat worden vertraagd door symbolische besluitvorming. In mijn eentje kan ik er al helemaal niets aan veranderen. Ikzelf zal het dieptepunt van de ellende niet meer meemaken, maar mijn kinderen en hun kinderen des te zekerder. Komt de mensheid samen met de dieren tot slot gewoon om? Moeten we op een stevige meteoriet hopen?”

Angst, dat is wat er uit zo’n brief spreekt. En een gevoel van machteloosheid. Is daar reden voor? Moeten we verwachten dat onze beschaving ineen gaat storten? Een eerste, voorlopig antwoord daarop, is: ja, die kans is groot, als we niets doen. Als we alles op zijn beloop laten, het klimaat rustig warmer laten worden, de armoede laten voorbestaan en dus ook de groei van de wereldbevolking, ja, dan is de kans groot dat er in de loop van de 21e eeuw iets verschrikkelijk fout gaat. U leest er verderop meer over. Maar gelukkig is de werkelijkheid anders. Er wordt door velen hard gewerkt aan de oplossing van de diverse grote problemen. In nogal wat gevallen worden daarbij flinke successen behaald, in andere gevallen (nog) niet. U leest in de hoofdstukken van dit boek over de inspanningen van regeringen, van internationale instellingen zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie en van commerciële bedrijven. En ook van actiegroepen, consumentenorganisaties en individuele burgers, kortom van de ‘civil society’. Als u gevoelens van machteloosheid hebt, zijn die niet helemaal terecht, want u kunt, als lid van die civil society, veel meer bereiken dan u misschien denkt. U leest er verderop meer over.

Sommige mensen hebben last van schuldgevoelens over de duurzaamheidsproblemen. Anderen hebben juist het tegenovergestelde gevoel, en voelen zich onterecht aangevallen. ‘Kan ik daar dan wat aan doen?’ vragen ze dan verontwaardigd. ‘Het is toch niet mijn schuld dat er in Darfur honger is? En ik kan het toch niet helpen dat de fabrieken CO2 uitstoten?’

De vraag naar wie er schuldig is, is een lastige. Het is waar dat de gemiddelde burger geen invloed uitoefent op het energiegebruik van de grote fabrieken. Maar het is tegelijk waar, dat diezelfde burger de producten van die fabrieken koopt en zo indirect meewerkt aan de uitstoot van CO2. Is hij of zij daarmee schuldig? Misschien wel, maar aan de andere kant: wat voor keus heb je, als je in een land als Nederland woont? Je moet toch eten, en kleren dragen? Maar ook de fabrieksdirecteuren kun je niet zomaar de schuld in de schoenen schuiven. Ook zij hebben vaak maar weinig keus: ze hebben nu eenmaal energie en grondstoffen nodig om de producten te maken waar de samenleving behoefte aan heeft.

Al met al is het niet zo zinvol om uitvoerig over schuld te praten. De situatie is op dit moment zoals hij is. Als het om schuld gaat, zijn we allemaal een beetje schuldig, maar met zo’n constatering schiet je niet zoveel op. Het is beter om na te denken over oplossingen dan over schuld.

Daarom is enthousiasme voor de aanpak van de problemen een veel nuttiger emotie. Bij een steeds groter aantal mensen, en nog het meest bij jongeren – zoals onderzoek in Nederland heeft aangetoond - zie je een betrokkenheid bij de maatschappelijke thema’s, en zelfs een passie om er hard aan te werken. Dat is bijzonder hoopgevend. Want met veel mensen samen is het mogelijk om grote veranderingen te bewerkstelligen, zoals u in dit boek zult zien. Dat is waarom duurzame ontwikkeling een spannend en groots avontuur is.

Laten we, om dat avontuur te beschrijven, eerst eens de plaats van handeling bekijken. Dat is de Aarde, een heel bijzondere planeet: het huis waar wij wonen.


Een citaat uit hoofdstuk 3:

De mythe van het natuurlijk evenwicht
Laat ik beginnen met een goed bericht. Ja, het is waar dat er momenteel planten- en diersoorten uitsterven. Maar dat is op zichzelf niets bijzonders. Al gedurende de gehele geschiedenis van het Aardse leven sterven er soorten uit. Dat hoort erbij, het is een onderdeel van de evolutie, net zoals er voortdurend nieuwe soorten ontstaan. Het zogenaamde ‘natuurlijk evenwicht’ is een fictie, een ‘mythe’, althans op een voldoende ruime tijdschaal. Soorten veranderen: zo rende de voorouder van de walvis, de op een wolf lijkende pakicetus, vijftig miljoen jaar geleden nog door de bossen. Soorten komen en gaan, op dezelfde manier zoals (in een snellere tijdschaal) mensen geboren worden en sterven. Dat is het ritme van de natuur.

Pakicetus, voorouder van de walvissen

Alleen, er zijn periodes waarin dat uitsterven sneller gaat dan anders. Soms zijn er korte tijdsintervallen die min of meer rampzalig zijn. Zoals 65 miljoen jaar geleden, toen alle dinosauriërs uitstierven. De eerste uitstervingspiek vond zelfs al veel eerder plaats, meer dan twee miljard jaar geleden, toen het leven nog jong was. We kunnen er geen rechtstreekse sporen van terugvinden, omdat er toen nog geen fossielen gevormd werden.

Het alleroudste leven, nog geheel bestaande uit eencelligen, leefde in een periode waarin er geen zuurstof voorkwam in de atmosfeer. Deze organismen produceerden zelf wel zuurstof, als een soort afval. Dat zuurstof verzamelde zich langzaam in de lucht. Helaas is zuurstof een uiterst agressieve stof, zoals iedereen weet die wel eens een uitslaande brand heeft gezien. Het was dan ook bijzonder giftig voor het toenmalige leven, en zo veroorzaakten de eencelligen samen een gigantische milieuramp: de eerste in de wereldgeschiedenis. In die tijd moeten vrijwel alle bestaande soorten zijn uitgestorven.

Slechts enkele soorten ontdekten een manier om ondanks de aanwezigheid van zuurstof te overleven. Sommige daarvan vonden, al evoluerend, zelfs uit hoe ze zuurstof konden benutten. Van hen stammen wij af. En zo werd de eerste, en vermoedelijk de grootste milieucrisis die de Aarde ooit meemaakte, overwonnen.

Nadien zijn er meer grote uitstervingspieken geweest. Met behulp van fossiel bewijsmateriaal zijn er vijf ontdekt. Tijdens de laatste daarvan stierven de dinosauriërs uit, en met hen naar schatting veertig procent van alle andere planten- en diersoorten. Dat was nog niet eens de heftigste piek, want eerder, aan het eind van het paleozoïcum, verdween in een korte periode zo’n zeventig procent van alle soorten. Elke uitstervingspiek wordt gevolgd door een golf van nieuw ontstane soorten.

Er zijn verschillende oorzaken voor dit soort gebeurtenissen. Zo is het verdwijnen van de dinosauriërs vermoedelijk het gevolg van de inslag van een enorme meteoriet, in de zee in de Golf van Mexico. Een andere oorzaak is de continentale drift, het bewegen van de continenten over het aardoppervlak. De kustgebieden van de continenten vormen het leefgebied van heel veel soorten. Op sommige momenten in het verleden vormden de continenten samen één groot supercontinent. Daardoor werd de totale kustlijn van alle landgebieden samen een heel stuk korter, waardoor soorten massaal hun leefgebied verloren en uitstierven.

En nu het slechte bericht. We leven ook nu in een periode waarin in snel tempo soorten verdwijnen. We zitten midden in de ‘zesde  uitstervingspiek’, en dit keer is de mens de oorzaak.

Dat is niet alleen een kwestie van de laatste paar eeuwen. Ook in de prehistorie gold al: overal waar de mens verschijnt, beginnen diersoorten te verdwijnen. In de geschiedenis van het aardse leven is ook dat verschijnsel niet uitzonderlijk: het zit in de aard van de evolutie dat soorten elkaar beconcurreren, en dat de opkomst en bloei van één soort ten koste gaat van andere.

Maar de mens slaagt erin om dat in een angstwekkend hoog tempo te doen, en dan ook nog eens wereldwijd. Toen bijvoorbeeld de verre voorouders van de indianen circa 14000 jaar geleden voor het eerst Noord-Amerika binnentrokken, via een landbrug vanuit Siberië (die tijdens de laatste ijstijd droogviel doordat de zeespiegel daalde), ontstond er onmiddellijk een uitstervingspiek. En terwijl de mensen in de loop van enkele duizenden jaren naar het zuiden trokken, naar Midden- en Zuid-Amerika, trok de uitstervingsgolf met hen mee.

Het waren vooral de grootste dieren die het slachtoffer waren. Zo’n vijfenzeventig procent van de grote zoogdieren in Noord-Amerika verdween, waaronder de mammoet, de sabeltandtijger, de leeuw, het kameel en het paard. Grote dieren zijn kwetsbaar omdat ze zich langzaam voortplanten. Als ze niet aan mensen gewend zijn vluchten ze niet voor hen weg, en zo zijn zij – of hun eieren of welpen - een gemakkelijke prooi.

De zesde uitstervingspiek

Zoogdieren:

• Er leven nu ca. 5000 zoogdiersoorten. Gemiddeld blijven zoogdiersoorten 1 tot 10 miljoen jaar bestaan.
• Uitsterftempo normaal: 1 soort per 200 jaar.
• Uitsterftempo laatste 400 jaar: tenminste 89 soorten uitgestorven, d.w.z. gemiddeld 1 soort per 5 jaar.

Vogels:
• Uitsterftempo sinds 1850: ca. 1 per 10.000 soorten per jaar, d.w.z.100 × normaal tempo.

Alle soorten samen (dieren, planten, bacteriën etc.):
• Ca. 99,9% van alle soorten die ooit leefden zijn lang geleden uitgestorven.
• Uitsterftempo normaal: 10 tot 100 soorten per jaar, d.w.z. 1 op elke miljoen soorten per jaar.
• Uitsterftempo nu: ca. 27.000 soorten per jaar. De meeste daarvan zijn nog niet ontdekt.
• De IUCN (International Union for the Conservation of Nature) houdt een lijst bij met 41000 bedreigde soorten. Ruim 16000 daarvan zijn (in 2007) kritisch bedreigd, d.w.z. kunnen elk moment uitsterven. De ‘rode lijst’ is te vinden op www.iucnredlist.org

Na vorige uitstervingspieken:
• Hersteltijd soortenrijkdom: 5 tot 10 miljoen jaar.
• Dat is 200.000 menselijke generaties of meer, d.w.z. langer dan de mensheid nu bestaat.

  

Weliswaar is niet strikt bewezen dat de jagende mens de oorzaak van hun verdwijnen was. Andere mogelijke oorzaken zijn: klimaatverandering (het einde van de ijstijd) of het meebrengen van ziektekiemen door de binnentrekkende mensen. Maar het lijkt erop dat de jacht een essentiële rol speelde, zeker omdat hetzelfde ook elders in de wereld gebeurde, bijvoorbeeld bij de intocht van de mens in Oceanië en Australië, die zo’n veertigduizend jaar geleden begon.


Een citaat uit hoofdstuk 5:

Menselijke waardigheid

In de Middeleeuwen woonden de hertogen en baronnen temidden van het lage volk, zij het gerieflijk afgeschermd in paleizen en kastelen. In de huidige tijd woont het lage volk ver weg, in Afrika en Azië. Wij, de rijke mensen in het westen, wij vormen de Adel van de 21e eeuw, en wij gebruiken de andere mensen net zoals de edelen in vorige eeuwen dat deden. We zijn nog steeds slavenhouders, ook al is dat niet meer zo zichtbaar. Je zou het een ‘horizontaal gelaagde’ wereldwijde samenleving kunnen noemen, waarbij de verschillende maatschappelijke klassen niet meer bovenop elkaar maar op grote afstand van elkaar wonen. Lastig daarbij is natuurlijk, dat we dankzij de moderne communicatiemiddelen toch kunnen zien wat er in de verre landen gebeurt. Nog lastiger is het als de mensen van ver weg naar ons land toekomen, want dan worden we nog nadrukkelijker geconfronteerd met het standsverschil dat we niet graag willen erkennen. Misschien is dat wel een van de redenen waarom sommigen zo heftig tekeer gaan tegen de komst van de vreemdelingen.


Een citaat uit hoofdstuk 6:

De technologie: oorzaak of oplossing?

Heel wat middelen en methoden voor duurzame ontwikkeling kan de techniek ons bieden, zo besloot ik het vorige gedeelte. In dit hoofdstuk zult u er het een en ander van zien. Sterker nog: voorzover duurzame ontwikkeling van de techniek afhangt, zijn waarschijnlijk alle problemen oplosbaar. Neem nu de voedselproductie in de wereld: zelfs nu al is er voldoende voedsel om alle mensen in de hele wereld te voeden, terwijl nog lang niet op alle plaatsen de modernste landbouwtechnieken gebruikt worden. Dat er desondanks honderden miljoenen mensen zijn die chronisch honger lijden ligt niet aan de techniek maar aan andere oorzaken – maar daarop ga ik in het volgende hoofdstuk in. Natuurlijk, de voedselproductie pleegt roofbouw op de natuur en is in meerdere opzichten verre van duurzaam. Maar ook dat is oplosbaar met behulp van technische middelen die nu al grotendeels beschikbaar zijn, en voor de rest binnen afzienbare tijd ontwikkeld kunnen worden.

U kunt ruwweg als vuistregel nemen: waar het om duurzame ontwikkeling gaat, zal de technologie zelden of nooit een belemmering vormen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de energievoorziening. Weliswaar is het niet mogelijk om een perpetuum mobile te maken: een machine die zonder energietoevoer eeuwig blijft bewegen en die bij voorkeur ook nog eens energie levert. Zo’n apparaat zal nooit bestaan, want dat is in strijd met de meest fundamentele wetten van de natuurkunde. Maar ook zonder dat zijn er ruim voldoende duurzame energiebronnen beschikbaar: ik schreef er al over in hoofdstuk 2. Kortom: aan de techniek zal het niet liggen.

Vooruit of achteruit
Maar ho even! zullen sommige mensen nu misschien denken. Is zo’n bewering niet een poging om de zaak helemaal op zijn kop te zetten? Is het niet juist zo dat de techniek de oorzaak is van de onduurzaamheid, of op zijn minst één van de oorzaken? Ga maar na: de vervuiling in de wereld wordt veroorzaakt door fabrieken en auto’s: allemaal techniek. Het broeikaseffect: idem dito. De roofbouw op de natuur, deels door de landbouw: juist de moderne agrarische technieken gebruiken enorme hoeveelheden oppervlakte, wat ten koste gaat van de regenwouden. Grootschalige oorlog: allemaal militaire technologie, het was beter als we nog steeds met speren vochten, want daarbij vielen aanmerkelijk minder doden. Ontmenselijking wordt in de hand gewerkt door bewakingscamera’s en automaten, dus ook al technische middelen. Zal méér technologie ons dan niet nog méér in de nesten werken? Misschien moeten we wel juist heel veel van die technologie afschaffen. Weg met de elektriciteit! Weg met verbrandingsmotoren. We moeten terug naar de natuur!

Een interessant dilemma. Hoe kan duurzame ontwikkeling succesvol zijn: met meer, of juist met minder technologie? Het antwoord daarop is te vinden met een eenvoudige redenatie.

Er was een tijd dat onze voorouders het volledig zonder techniek deden. Om deze voorouders te vinden moet je een aardig stuk terug in de tijd: op zijn minst tientallen miljoenen jaren. Onze naaste verwanten, de chimpansee, de bonobono, de gorilla en de orang oetan, maken gebruik van techniek. Bijvoorbeeld in de vorm van takken die ze van bladeren ontdoen om in gaten te peuteren. En van stenen om noten te kraken. Dat is hun natuurlijke gedrag, dat ze niet van mensen geleerd hebben. Dus je mag aannemen dat onze eigen voorouders, toen ze een paar miljoen jaar geleden vergelijkbaar waren met de huidige mensapen, daartoe ook in staat waren. Sterker nog: er zijn nog wel andere dieren die techniek gebruiken, waaronder meeuwen en mieren. Daarmee kun je alweer een oeroude mythe ontzenuwen: die van de techniekloze natuurmens. Tenzij je natuurlijk van mening bent dat het gebruik van geprepareerde takken en stenen geen techniek genoemd mag worden. Maar in dat geval ontstaat er een grensprobleem: vanaf welke nieuwe ontwikkeling spreek je dan wel van techniek: vanaf de toepassing van vuur? Van het wiel? Van speren, brons, ijzer, tandwielen, elektriciteit of computers?

In Amerika leeft een groep mensen die een antwoord geeft op een verwante vraag, namelijk welke techniek aanvaardbaar is. Dat betreft de Amish, een religieuze groepering die, naast de afwijzing van moderne technologie, ook bekend geworden is om hun vredelievende houding en een categorische afwijzing van geweld. Voor hen zijn elektriciteit en benzinemotoren niet acceptabel. Maar het wiel gebruiken ze wel, net als het vuur, de inzet van rij- en trekdieren en mechanische constructies zoals windmolens. Deze grens is kennelijk voor de Amish logisch, hoewel die voor anderen misschien vrij arbitrair overkomt. Het lijkt aantrekkelijk om uit het samengaan van het afwijzen van moderne technologie en de geweldloosheid van de Amish-samenleving te concluderen dat de oplossing van de duurzaamheidsproblemen gezocht moet worden in de richting van de Amish-filosofie. Maar, is dat wel mogelijk? Het antwoord is zonneklaar: nee, dat kan niet.

De Amish, een religieuze groep in de Verenigde Staten, wijzen alle moderne technologie af,
waaronder elektriciteit en verbrandingsmotoren.

Stelt u het zich eens voor. Overal in de wereld schaffen we elektriciteit af. We stoppen met de inzet van tractoren en combines in de landbouw. We gaan massaal over op het zaaien en oogsten van graan, aardappelen en rijst met de hand. We melken de koeien met de hand, we begeven ons lopend of met paard en wagen naar het werk. De gevolgen zouden dramatisch zijn. De opbrengst van de landbouw per hectare zou drastisch afnemen. Het transport van noodzakelijke goederen naar de plaatsen waar ze gebruikt worden zou volkomen stagneren. Een groot deel van het voedsel zou bederven voordat het de consumenten bereikte. Mijnbouw zou misschien een duizendste opleveren van de huidige productie. Een ramp op wereldschaal zou het gevolg zijn. De mensen zouden massaal omkomen door hongersnood en gebrek.

Hoe kan het dan dat het vroeger wel werkte? Hoe hebben  onze voorvaders de Steentijd overleefd zonder elektriciteit? En de Middeleeuwen zonder vrachtauto’s en mammoettankers? Het antwoord is simpel: er waren toen veel minder mensen. Wanneer het aantal monden dat gevoed moet worden nog niet een tiende is van het hedendaagse aantal, kun je het je permitteren om landbouw- en productiemethoden te gebruiken die – naar moderne maatstaven – weinig opbrengst per hectare opleveren. Sterker nog: wanneer er in de hele wereld slechts een paar honderdduizend mensen leven, zoals in de oertijd, kan men het zich zelfs veroorloven om te leven van wat de natuur spontaan oplevert, en is zelfs elke vorm van landbouw overbodig. Aangezien het aantal mensen per vierkante kilometer nu veel hoger is dan vroeger, is er geen weg terug: we moeten eenvoudig wel gebruik maken van zeer efficiënte productiemethoden, en dus van moderne technologie. Herinnert u zich het standaardscenario in hoofdstuk 3? De groei van de wereldbevolking ging hand in hand met de ontwikkeling van nieuwe technologieën: het een maakte het ander mogelijk, over en weer. We kunnen letterlijk niet meer zonder techniek: we zouden massaal doodgaan.

En de Amish dan? Bewijzen zij niet dat het wel degelijk kan? De grap is, dat zij zonder moderne technologie kunnen dankzij het feit dat anderen daar wel gebruik van maken. Als iedereen leefde zoals de Amish, zou het direct helemaal fout gaan. Maar het is geen ramp als hier en daar, op geïsoleerde ‘eilandjes’, wordt afgezien van moderne techniek. Dus eigenlijk maken de Amish wel degelijk gebruik van de nieuwste technieken, want zij kunnen hun leefstijl alleen volhouden dankzij het feit dat anderen die niet overnemen.

De twaalf niet onderhandelbare doelen van het programma van duurzame ontwikkeling
Aangezien er geen weg terug is naar een samenleving met minder techniek, is er maar één richting die we op kunnen gaan: niet achteruit maar vooruit. Met andere woorden: de technologie zal stevig ingezet moeten worden ten behoeve van duurzame ontwikkeling. Maar ja, ‘vooruit’, dat is gemakkelijk gezegd. Waarhéén vooruit? Naar wat voor soort wereld, wat voor samenleving? Er zijn keuzen te over. Toen ik u vertelde over het Millennium Ecosystem Assessment, zag u hoe men in dat onderzoek verschillende scenario’s hanteert, die variëren in de mate waarin het proces van globalisering verder voortzet of juist niet, en in de mate waarin de zorg voor het milieu en de natuur meer of minder centraal staat. Verderop, in hoofdstuk 5, kwamen keuzen ter sprake over de mate waarin de samenleving meer of minder menselijk is en de mate waarin segregatie plaatsmaakt voor solidariteit. De wereldwijde ecologische voetafdruk moet omlaag, maar bereik je dat door slimme technologie, door ander gedrag van consumenten, of allebei? Zo zijn er nog veel meer keuzen, die allemaal te maken hebben met de vraag die al een aantal keren naar voren kwam: in wat voor wereld willen we leven?

Maar, al is er veel te kiezen en te beslissen, de keuze is lang niet geheel open. Zo zijn we niet vrij om ervoor te kiezen dat de materiële groei tot in lengte van jaren en eeuwen voortzet, eenvoudig omdat we weten dat de draagkracht van de Aarde zoiets niet toestaat. Daarom is het goed om eens op een rijtje te zetten welke keuzen we niet vrijuit kunnen maken. Uit de voorafgaande hoofdstukken is een reeks voorwaarden af te leiden waaraan iedere toekomstontwikkeling zal moeten voldoen als we willen dat onze beschaving blijft bestaan. Uit zo’n verzameling van eisen die niet onderhandelbaar zijn, kunnen we vervolgens afleiden wat de technologische innovatie ons zal moeten opleveren. Het gaat om een twaalftal van zulke keiharde voorwaarden.

  1. De oorzaken van de klimaatverstoring moeten volledig verdwijnen. Dat betekent een 100% overschakeling op duurzame energiebronnen die per saldo geen broeikasgassen produceren.
  2. In verband met de mate waarin de klimaatverandering inmiddels onvermijdelijk is geworden, zullen oplossingen gevonden moeten worden voor toenemende overstromingen, droogtes en grilligheden van het weer.
  3. De aantasting van de bossen en andere natuurgebieden moet stoppen. Sterker nog, veel van de verloren oppervlakte zal aan de natuur teruggegeven moeten worden, en de kwaliteit en de onderlinge verbondenheid van nogal wat bestaande gebieden moet verbeteren. Ook de aantasting van de zeeën en oceanen moet stoppen. De visvangst moet wereldwijd drastisch omlaag om het uitsterven van alle grotere vissoorten te voorkomen. Er moet een eind komen aan de grootschalige beschadiging van de zeebodem en het koraal door het ‘afgrazen’ ervan en door mijnbouw in de diepzee.
  4. De vervuiling en de overlast zullen moeten afnemen. Er moeten dus oplossingen komen voor onder meer fijn stof, water- en bodemverontreiniging, zwerfafval, gevaarlijk afval, geluidshinder.
  5. Er moeten definitieve oplossingen komen voor de toenemende schaarste van bepaalde natuurlijke hulpbronnen. De drie belangrijkste groepen zijn: energiebronnen, materialen en schoon water.
  6. De groei van de wereldbevolking zal moeten afnemen tot nul. Wellicht zal de groei gedurende een bepaalde periode, bijvoorbeeld een paar eeuwen, negatief moeten zijn om een gezond evenwicht te bereiken.
  7. Omdat echter de wereldbevolking nog minimaal met enkele miljarden zal toenemen, is de eerstkomende decennia nog een verhoging noodzakelijk van de productie van de landbouw en de industrie. Deze groei zal op den duur volledig tot stilstand moeten komen.
  8. De armoede in de wereld zal moeten verdwijnen, niet alleen vanuit een oogpunt van rechtvaardigheid en medemenselijkheid maar ook omdat anders de groei van de bevolking niet tot staan zal komen. Dat is een extra reden waarom de industriële productie voorlopig nog zal moeten toenemen.
  9. Om dezelfde reden zal oorlog wereldwijd uitgebannen moeten worden, evenals alle andere vormen van geweld en onveiligheid.
  10. De leefomstandigheden moeten verbeteren. Dat betekent gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen.
  11. De menselijkheid en de menselijke waardigheid in de samenleving zal moeten verbeteren. Achtergestelde of uitgesloten mensen, groepen, landen en volken ontvangen volledig respect en toegang tot de samenleving. Vrijheid, participerende democratie en mensenrechten worden wereldwijd doorgevoerd.
  12. De behoefte aan ruimte groeit om meerdere redenen. De natuur heeft meer oppervlakte nodig. De groeiende en in welvaart stijgende wereldbevolking vraagt om meer oppervlakte voor wonen, werken en recreëren. Voor dat alles is bovendien een grotere oppervlakte nodig in verband met verplaatsing van mensen en goederen. De landbouw vraagt om meer ruimte voor de grotere voedselproductie, en de energiebehoefte vraagt om ruimte voor het verbouwen van biobrandstoffen. Maar de Aarde wordt niet groter, en dus zullen we slimme manieren moeten vinden om met de beschikbare oppervlakte toe te komen.

Het einde van het laatste hoofdstuk:

Tot slot: van wie is nu de Aarde?

‘Is een mens meer dan een aap met een groot gevoel voor eigenwaarde?’ Dat is de vraag bij één van de foto’s op de vorige pagina’s, en het is een cruciale vraag. Hij vat precies het dilemma samen dat de bewering ‘nu is de Aarde van ons!’ oproept. Het antwoord is tweeledig: ja, en nee. Ja, de mens is beslist méér dan een aap. Biologisch gezien mag hij dan slechts één van de miljoenen uiteinden zijn van de evolutionaire boom, maar hij is ontegenzeggelijk een heel bijzondere, en volgens mij zeg ik dat niet alleen maar omdat ik er zelf één ben. Mensen kunnen gedichten maken, van muziek houden, boeken schrijven. Mensen kunnen een cultuur opbouwen die in de rest van de natuur ondenkbaar is. Mensen hebben schitterende ontdekkingen en uitvindingen gedaan. We hebben de structuur van het heelal en van het atoom ontrafeld en het internet opgebouwd. We kunnen tot op zekere hoogte onze toekomst voorzien en plannen. We zijn ons zelfs bewust geworden van wat we onszelf en onze leefomgeving aandoen, en we maken plannen om daaraan een eind te maken: het programma van duurzame ontwikkeling.

Mensen kunnen liefhebben en intens verdriet voelen. Of we daarmee uitzonderlijk zijn weet ik niet, want we kunnen niet inschatten hoe intens de emoties zijn van onze naaste verwanten, de mensapen, of van dolfijnen of welke dieren dan ook: vele van hen zijn ook in staat tot liefde en verdriet. Maar mensen kunnen deze emoties vastleggen en bewaren. Mensen zijn verhalenvertellers. Mensen zijn wonderlijk mooie wezens.

Toch zijn we tegelijk ook juist niet meer dan apen, in een andere betekenis. Net als die aap zijn we biologische wezens. Ons gedrag wordt voor een flink deel aangestuurd door het limbisch systeem, een gedeelte van de hersenen dat oeroud is en dat niet wezenlijk verschilt van dat van alle andere zoogdieren en zelfs van slangen en krokodillen. We bezitten primitieve instincten uit de oertijd, zoals de behoefte aan een veilig hol en de angst voor vuur, spinnen en reptielen. We leven net als de aap van de vruchten die de natuur voortbrengt. Onze stofwisseling is deel van die van de Aarde: de zuurstof die we inademen is geproduceerd door planten, die de CO2 die we uitademen weer opnemen. Zelfs de levenscyclus van de mensen is biologisch bepaald, want mensen worden geboren, groeien, worden oud en sterven, om plaats te maken voor nieuwe mensen die aan dezelfde cyclus beginnen. En zo moet het ook: ons oud worden en sterven is ingeprogrammeerd in onze genen, en dat is evolutionair bepaald: soorten die dat niet kunnen richten zichzelf te gronde en sterven uit. Wij maken in alle opzichten deel uit van de levende natuur. We horen er bij, we zijn er een prachtig onderdeel van. Niet als meester maar als lid – wie weet erelid. De Aarde is niet van de mens. De mens is van de Aarde.

Dus tòch: terug naar de natuur? Nou, niet als u daarbij denkt aan het afstoten van alle moderne technologie. De mens van nu is naast een biologisch ook een technologisch wezen, en dat kan ook niet anders. Maar het dier dat we ooit waren is doorgeschoten naar een soort anti-dier dat zich heeft vrijgeworsteld van de natuur en bijna uitsluitend vertrouwt op zijn techno-kant. Als we niet uitkijken hoeven we geen robots meer te ontwerpen want dan zijn we het zelf al geworden, mede dankzij ontmenselijking en verlies van menselijke waardigheid. In die zin moeten we dus een stap terug zetten in de richting van de natuur. We zijn op zoek naar een evenwicht tussen natuur en technologie in onze samenleving. Een totaal nieuw evenwicht: oude oplossingen, bijvoorbeeld volgens de levensstijl van opperhoofd Sealth en zijn volk, werken niet meer. We leven in een fascinerende tijd, waarin zo’n nieuw evenwicht binnen bereik is. Als we het weten te vinden, zal dat leiden tot verrassende inzichten over wie we zelf zijn.

Duurzame ontwikkeling is geen heilsleer, ik zei het al. Het is zéker geen nieuwe religie. Wel staat het voor een nieuwe geestelijke houding, zowel verstandelijk als gevoelsmatig. U kunt het vergelijken met de nieuwe geest die over Europa kwam tijdens de Renaissance, met de geboorte van het humanisme. De nieuwe manier van denken wint snel aan kracht en omvang, zoals uit verschillende onderzoeken blijkt. Steeds meer mensen, gewone burgers zoals u en ik, besteden in hun dagelijks leven serieuze aandacht aan duurzame ontwikkeling. Hun invloed op het beleid van het bedrijfsleven en de overheid is enorm. Daaruit blijkt: je hoeft geen wereldverbeteraar te zijn om de wereld te verbeteren.

Wat staat ons in de komende jaren te wachten? De wereld zal vanaf vandaag heus niet ineens veel duurzamer, vrediger en mooier worden. Wonderen bestaan niet. We zullen ongetwijfeld door een diep dal heen moeten, in een wereld die op verschillende manieren verslechtert. We zijn nu eenmaal in verschillende opzichten te ver doorgeschoten, en dat zal nog voor lelijke schade zorgen. Wie houdt van de natuur en van de mens, zal nog menigmaal verdriet voelen bij het bekijken van het laatste nieuws. Over hoe de ijsbeer wellicht uitsterft, of hoe mensen op Haïti wanhopig vechten om voedsel.

Maar als we het goed doen, komen we uit het dal. Dan slagen we erin om onszelf en onze leefomgeving een stuk gezonder en veiliger te maken dan nu. Ook al zal het Paradijs op Aarde nooit aanbreken, de hel die nu hier en daar bestaat kunnen we laten verdwijnen. We gaan een wereld maken met heel veel verrassende en fascinerende nieuwe kanten, die net zo veel verschilt van de huidige wereld als een ronde van een platte Aarde.

Zo veel als een ronde Aarde van een platte Aarde verschilt,
zoveel verschilt de wereld die we gaan maken van de huidige

  

Algemeen Uurblad, 12 april 2038:

Natuur sterker dan ooit

Al zeven jaar zijn er geen diersoorten meer uitgestorven. Sinds de tijger in 2031 als laatste van de aardbodem verdween is er verder geen enkel dier meer verloren gegaan. Volgens de directeur van het Wereld Natuur & Cultuur Fonds is dit voornamelijk te wijten aan de toegenomen bescherming van de natuurlijke leefomgeving. ‘Sinds de boeren overal in de wereld een salaris ontvangen om de natuur in stand te houden is de situatie aanmerkelijk verbeterd. Ook het feit dat de bossen in de afgelopen twintig jaar met 50% in omvang zijn toegenomen heeft zeker bijgedragen.’

De uitbreiding van de bossen is mede mogelijk geworden doordat de armoede is verdwenen, meent de conservator van het Armoede Museum in Nairobi. ‘Dat komt onder andere door dat natuurbehoud-salaris. Dankzij hun welvaart zijn die mensen niet langer gedwongen om de natuur steeds maar weer geweld aan te doen. En doordat ze geen oorlog meer voeren, komen ook vernielingen nauwelijks meer voor.’

  

Mensen zijn prachtig

De Aarde is mooi. De natuur is mooi, en mensen zijn prachtig. In de eenentwintigste eeuw zijn we in staat om deze schoonheid volledig tot bloei te brengen. Het ‘nieuws’ uit het Algemeen Uurblad hierboven mag dan fantasie zijn – hoewel zeker niet ondenkbaar – maar de twee wonderbaarlijke nieuwsberichten hieronder zijn echt. Ze verschenen juist in de dagen waarin ik de laatste woorden van dit boek intypte in de kranten. Ze zijn allebei fantastisch nieuws. Het ene bericht vertelt hoe de burgers in een land in Zuid-Amerika zijn opgestaan en de toekomst in eigen handen hebben genomen. Het andere bericht gaat over een krachtig herstel van economie én ecologie in een deel van Afrika dat traditioneel bekend staat als ‘tamelijk hopeloos’. Ook daar vloeit het succes voort uit een zelfbewust optreden van de plaatselijke bevolking. Beide voorbeelden laten zien dat, als we ervoor kiezen, het beslist waar is: dat we met ons allen een prachtige wereld gaan maken.

  

 NRC, 21 april 2008:

Machtswisseling Paraguay na zestig jaar

Een historische machtswisseling in het Zuid-Amerikaanse Paraguay: de centrumrechtse Colorado-partij heeft de presidentsverkiezingen gisteren verloren. De partij is ruim zestig jaar onafgebroken aan de macht geweest.

Oppositieleider Fernando Lugo bestempelde de uitslag als een nieuw hoofdstuk in de politieke geschiedenis van het land. ,,Ik zal voor de armen en zwakken werken'', zei hij tegen aanhangers die zijn overwinning uitbundig vierden. De uitgetreden bisschop kondigde aan de corruptie in het verarmde land te gaan bestrijden.

Sinds 1947 was de Colorado-partij onafgebroken aan de macht in Paraguay. De sterke man van de groepering was de dictator Alfredo Stroessner die het land 35 jaar lang met harde hand regeerde. Stroessner werd in 1989 afgezet, maar ook in de jaren daarna bleef de Colorado-partij de president leveren. Onder de Colorado-partij werd Paraguay een van de meest corrupte landen ter wereld. De steenrijke bovenlaag die wordt gevormd door vijfhonderd families is nauw verbonden met de huidige regering, die wordt achtervolgd door talloze schandalen.

Volgens waarnemers hebben de Paraguyanen zondag in de verkiezingen duidelijk gemaakt dat ze de corruptie beu zijn. Verder is het voor Lugo goed uitgepakt dat hij zich heeft opgeworpen als pleitbezorger van de armen.

  

  

  

 Volkskrant, 19 april 2008:

De paradox van een groene Sahel

De Sahel heeft al jarenlang het imago van een onverbeterlijk droog woestijngebied. Dankzij plaatselijke boeren is dat beeld volledig gekanteld.

Een ongehoord succes voltrekt zich in Niger, het armste land van Afrika. De Sahel ziet er groen van de bomen. In de afgelopen twintig jaar is 5 miljoen hectare voormalige woestijn met bomen bezaaid geraakt. Dat is 250 duizend hectare per jaar, ongeveer de omvang van de provincie Utrecht.

Vroeger, in het door de overheid gedirigeerde Niger, was elke boom eigendom van de staat. Daar bekommerde men zich niet om: als het even kon, werd de boom gekapt voor brandhout. Maar in de jaren negentig was er geen controle meer; de politieke macht had afgedaan. De boeren gingen de bomen op hun veld als hun eigendom beschouwen en daarom koesteren. Normaal gesproken snijdt de wind in de droge Sahel als een scheermes over de velden. Boeren moesten jaarlijks drie of vier keer zaaien als zand en wind hun jonge plantjes onderstoven. De bomen vormen een soort windscherm, en met twintig tot zestig bomen per hectare hebben wind en zon minder vrij spel. De plantjes blijven staan, één keer zaaien is genoeg.

Begin dit jaar werd op een bijeenkomst in Lissabon tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie afgesproken dat er een groene muur in de Sahel wordt opgericht van Senegal tot Djibouti. Maar dat is al niet meer nodig. Boeren in Niger hebben hun versie van de groene muur al gerealiseerd.

Het is niet bij Niger gebleven. Ook in Burkina Faso, bij de Dogon in Mali en in Senegal zijn soortgelijke initiatieven opgebloeid.

  


Recensies

Eindelijk heb ik het boek gevonden dat ik aan alle mensen ga aanbevelen die erover klagen dat ‘duurzaamheid zo’n containerbegrip is’. Ik bedoel: je kan natuurlijk overal last van hebben. En ja, als je de planeet moet redden, heb je met een omvangrijke operatie te maken waar inderdaad heel wat bij komt kijken. Dan kun je wel in de Dikke Van Dale naar het woord ‘duurzaamheid’ zoeken, maar dat helpt je niet echt veel verder.

Niko Roorda doet dat nu wel. Heel erg aantrekkelijk zelfs. Na twee leerboeken over duurzame ontwikkelingen betreedt hij nu de consumentenmarkt. Zijn werk was al het meest toegankelijk van alle studieboeken op dit gebied. En we wisten: Niko is een obsessief verzamelaar van feiten, weetjes, plaatjes, staatjes, knipsels en citaten. Zijn archief is jaloersmakend, zeer goed gedocumenteerd en komt overal van pas: van lezingen tot en met schriftelijke leergangen MVO.

Creatief is hij ook nog in het recyclen van zijn kennisbank. Met ‘Ons huis, planeet aarde’ wordt duidelijk wat er van zo’n uitgebreide verzameling kan worden, wanneer een professionele uitgeverij bereid is er goed geld in te investeren. Lelijke staatjes worden dan kleurige infographics die je aandacht afdwingen. Gescheurde krantenknipsels worden nu professionele fotopresentaties. Wat een feest om zoveel grijs in zo’n kleurig boek tot leven te zien komen.

U bent ook het overzicht kwijt? U weet ook niet meer wat er allemaal moet gebeuren om een duurzame wereld tot werkelijkheid te maken? Laat Niko Roorda uw persoonlijke gids zijn. Duik met hem in die enorme container en hij laat alles zien, maar dan ook alles. Vertelt af en toe over zichzelf: ‘Toen ik nog een kleine jongen was, kwam ik zo nu en dan in de tram in Amsterdam.’ Vertelt dan over de menselijke service in de vorm van een kaartjesknipper die er toen nog was. En eindigt uiteindelijk met de conclusie dat mensen steeds meer gezien worden als economische objecten. ‘Dit verlies van menselijkheid is een kenmerkend voorbeeld van de onbalans tussen People, Planet en Profit. En zo worden we allemaal een beetje slaaf. Het is een vorm van sociale uitsluiting: in dit geval niet van een minderheid, maar van alle mensen tegelijk. Geen wonder dat meer en meer mensen vervreemden van de samenleving en dat agressie en ruwe omgangsvormen toenemen, evenals het gevoel van onveiligheid op straat. Geen wonder ook dat premier Balkenende machteloos roept om versterking van waarden en normen.’ Wie dit kan volgen, begrijpt na tweehonderd pagina’s alles.

Jan Bom, Hoofdredacteur P+


Bij Tirion Natuur verscheen een goed leesbaar, uitgebreid, geïllustreerd standaardwerk over duurzame ontwikkeling. Ons huis planeet aarde bevat de meest uiteenlopende informatie over de drie P’s: people, planet en profit. Het behandelt hoe de aarde werkt, hoe te denken over ecosystemen, over menselijke waardigheid, technologie en economie, en het toont de problemen en successen van nu en de leermomenten uit de geschiedenis. Met register en begrippenlijst.

Milieudefensie Magazine


Het is een prachtig boek over duurzame ontwikkeling met fascinerende afbeeldingen en interessante grafieken die de tekst zeker een meerwaarde bieden. Niko Roorda vertelt over de oorzaken van de hedendaagse milieuproblematiek, wat we eraan kunnen doen en hoe hij de toekomst ziet. Hij beperkt zich niet alleen tot het milieu, maar schetst ook verbanden tussen onze economie, onze geschiedenis en onze sociale samenleving. Ik heb nog niet veel meer gedaan dan in het boek gebladerd en hier en daar een passage gelezen, maar ik kan haast niet wachten om er mijn tanden in te zetten.

Tom Bonte, Blog


Het Nederlands kabinet heeft duurzame ontwikkeling aangewezen als een van de pijlers van het regeringsbeleid. Zelfs topondernemers dringen aan op een duurzame aanpak. Blijkbaar is dit erg belangrijk, maar waar gaat het nu feitelijk om?

Ons huis, planeet aarde geeft een inzichtelijk overzicht van achtergronden en noodzaak van duurzaamheid en op welke wijze wij als consumenten daar aan kunnen bijdragen. Het schetst in duidelijke taal oorzaken, vertelt hoe die samenhangen en analyseert toekomstscenario’s. Kortom, een onmisbare uitgave over een uiterst actuele problematiek.

Ingelmunster: Boek van de Maand


Opwarming van de atmosfeer, de ozonlaag die lijkt problemen te beleven, minder en minder groen, … de wereld lijkt een rare bocht te nemen, al dan niet door toedoen van de mens. De gevolgen van deze fenomenen worden vaak verdoezeld in extremen… Sommigen lijken de gevolgen van deze evenementen te willen minimaliseren, anderen lijken ze te willen overroepen. Waar ligt de waarheid? De wereld lijkt wel om zeep, en we zijn totaal niet zeker of we er nog iets kunnen aan doen. Toestanden zoals gebracht in een aantal spektakelfilms zoals ‘The day after’ lijken overdreven, maar stilaan maar zeker dienen we toch wel rekening te houden met het feit dat de aarde een eigen leven lijdt, en men als mens niet zomaar kan uitgaan van het feit dat je ongestraft om het even wat kan aanvangen met de natuur. Uiteraard is het van groot belang dat we niet enkel bewust zijn van het probleem, maar dat we tevens zouden weten dat de aanpassing van de mensen en de bedrijven een noodzaak is om de wereld nog te kunnen redden. In dit boek gaan we op zoek naar wat men hiermee eigenlijk bedoelt, en hoe men als individu ook een rol heeft in het duurzaam omgaan met de wereld. Het boek brengt op een bijzonder boeiende en intrigerende wijze de snelle veranderingen die we kunnen waarnemen op de aarde, waarbij de wijzigingen van het klimaat op een grondige wijze wordt belicht vanuit het standpunt van de gevolgen dat dit zal hebben op het vlak van ecologie op wereldvlak, met zijn menselijke, economische en andere gevolgen. Rijkelijk geïllustreerd met passende en duidende foto’s, krijgen we uitleg over de manier waarop we nog invloed kunnen uitoefenen op de wending dat onze wereld neemt, en hoe de toekomst er kan uitzien... Je beeldt je dit niet ten volle in, wanneer je dit vluchtig hoort op het nieuws of leest in een krant, maar de snelle veranderingen van het klimaat heeft een snel verwachte impact op de rest van de wereld, en wel in die mate dat dit bijna crimineel is dat we daar met z’n allen zo weinig van afweten. Het is een dringend gegeven, waar we zo snel mogelijk met z’n allen bewust zouden moeten van worden, en reeds de nodige stappen zou moeten ondernemen om dit tegen te gaan, en zich zeker rekenschap zou moeten geven van de feiten die op ons afkomen… op zeer korte termijn. Dit is geen fictie, maar wetenschappelijk onderbouwd. Het is een schokkend boek, maar een boek dat niet nodeloos wil panikeren, maar wel degelijk een duidelijke en toegankelijke duiding geeft van de huidige stand van zaken.

P. Vandendaele op Boek.net


Duurzame ontwikkeling is door het Nederlands kabinet aangewezen als een van de pijlers van het regeringsbeleid. Grote bedrijven besteden er jaarlijks miljarden euro’s aan. Blijkbaar is het dus erg belangrijk, maar waar gaat het feitelijk om? Ons huis, planeet aarde geeft een inzichtelijk beeld van de achtergronden en de noodzaak van duurzame ontwikkeling. Het boek laat zien dat het niet alleen een zaak is van de regering en het bedrijfsleven, maar vooral van de burgers, waar die ook wonen. Kortom: in wat voor soort wereld willen wij leven? Niko Roorda schetst oorzaken, vertelt hoe die met elkaar samenhangen en analyseert toekomstscenario’s.

Dit zeer actuele boek is onmisbaar voor de maatschappelijke discussie over de toekomst van de wereld waarin wij leven.

‘De Betere Wereld’, rubriek in Dagblad De Pers


In dit gemakkelijk leesbare en goed geïllustreerde boek wordt de huidige wereldwijde crisis: Klimaat, energie, economie, milieu, ontwikkeling,… in samenhang duidelijk gemaakt. Roorda draait er niet omheen: het kan goed maar ook rampzalig worden. 12 Duurzaamheidsdoelen moeten worden gehaald. Er moet altijd evenwicht zijn tussen People, Planet en Profit (mensen, leefmilieu en welzijn). Het is erop of eronder!

Rieks van Faassen, Haren, Groningen, in Dagblad Trouw